Universal Design = ontwerpen voor iedereen

Sluit VGT
Het principe van Universal Design of ontwerp voor iedereen is dat een persoon maar beperkt is als gebruiksvoorwerpen, infrastructuren, fysieke en sociale omgevingen onvoldoende aangepast zijn. Universal Design ontstond vanuit de gedachte dat belemmeringen vaak het gevolg zijn van menselijke creaties en dat dus een aangepast ontwerp veel ‘beperkingen’ kan vermijden.

‘Ontwerpen voor iedereen’ betekent geen gebruiksvoorwerpen, hulpmiddelen of infrastructuren meer exclusief bedoeld voor specifieke doelgroepen en die vaak stigmatiserend werken, maar dat de mainstream, gewone gebruiksvoorwerpen of infrastructuren toegankelijk worden voor iedereen. Toegankelijkheid heeft hier ook niet enkel betrekking op personen met een beperking maar ook op personen die in een bepaalde situatie of door omstandigheden een tijdelijke beperking hebben.
Een drempelloze toegang tot een supermarkt met een voldoende brede en goed waarneembare deur die gemakkelijk of zelfs automatisch opent is niet enkel positief voor personen in een rolstoel maar ook voor personen met een winkelkarretje of met een kinderwagen. Geschreven informatie op een scherm in aanvulling op een gesproken aankondigingen op een tram is niet enkel nuttig voor dove of slechthorende personen maar ook voor andere tramreizigers, zoals anderstaligen of ingeval van storende achtergrondgeluiden. Andere reizigers, die verstrooid zijn, die slecht of niet zien, of die zitten achter staande personen, worden op datzelfde ogenblik dan weer geholpen door de aanvullende gesproken aankondiging.

De Universal Design ontwerpbenadering streeft naar een stapsgewijze realisatie van principes van integrale en inclusieve toegankelijkheid en bruikbaarheid voor iedereen. Concreet betekent dit dat bij aanvang van elk ontwerpproces deze vraag centraal staat: Hoe kan een product, een grafische boodschap, een website, een gebouw of een publieke ruimte zowel functioneel als aantrekkelijk zijn voor een zo groot mogelijke diversiteit van gebruikers? Bij het plaatsen van een lift bijvoorbeeld moet men nadenken hoe zoveel mogelijk personen op een aangename en gelijkwaardige wijze dezelfde lift kunnen gebruiken.