Actualiteit

Interview Roos D'hoore, naar aanleiding van het 25 jarig jubileum van Fevlado-Diversus.

Terug naar overzicht

Roos D’hoore werkte van 1995 tot 2009 bij Cultuur voor Doven later Fevlado-Diversus, vanaf 2003 als coördinator. Dit interview werd afgenomen door Pascal Mollet, coördinator Fevlado-Diversus, naar aanleiding van het 25 jarig jubileum van Fevlado-Diversus. Een verkorte versie van dit interview vindt u in Dovennieuws editie november 2011.

P: Dag Roos,
Je bent al een aantal jaren weg van Fevlado-Diversus (destijds Cultuur voor Doven). Wat doe je nu voor werk?

R: Ik werk sinds 1 december 2009 voor het VAPH, het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. Het VAPH wil de integratie van personen met een handicap bevorderen in alle domeinen van het maatschappelijk leven. Het doel is dat zij de grootst mogelijk autonomie en levenskwaliteit bereiken. Het VAPH subsidieert hiertoe diensten en voorzieningen, persoonlijke assistentiebudget en hulpmiddelen en aanpassingen : voor doven en slechthorenden bv. tolkuren in de privé-situatie, pedagogische hulp bij hogere studies, signaliseringssystemen enz. Ik ben in de provinciale afdeling West-Vlaanderen verantwoordelijk voor de dienst individuele materiële hulp en leid er een groep van 12 medewerkers.

P: Hoe ben je toen terechtgekomen bij Cultuur voor Doven? En hoe lang heb je er gewerkt?

R: Dat is eerder Is toevallig gebeurd , ik had gereageerd op een vacature in de krant, en niet omdat ik toen al contact had met de Dovengemeenschap.
Na mijn studies ‘maatschappelijk werk’ en ‘criminologie’ kon ik eind ’92 halftijds aan de slag bij de Provinciale Nazorgdienst voor Doven Oost-Vlaanderen en halftijds bij Fevlado, waar ik Dirk De Witte opvolgde die op dat moment zijn schouders zette onder de uitbouw van de tolkendienst, het CAB. Tijdens deze beginperiode, in 1994 werden ook een aantal dove collega’s aangenomen. Samen met hen en het bestuur werd onderzocht hoe het vormingswerk in de Dovengemeenschap verder kon uitgewerkt worden. Hiertoe kregen we in 1995 een uitstekende kans door Cultuur voor Doven vzw, opgericht in 1986, uit te bouwen tot een vormingsdienst. Dit kon dankzij een nieuw Vlaams Decreet, waardoor de vzw na enkele jaren van hard zwoegen uiteindelijk, ik vermoed in 1998, officieel werd erkend door de overheid. De uitbouw van een zelfstandige werking werd hierdoor een feit.
De vzw speelde in op de groeiende maatschappelijke interesse in de Vlaamse Dovengemeenschap als culturele taalminderheid, door in Vlaanderen op diverse plaatsen verder cursussen Vlaamse Gebarentaal te organiseren, educatieve publicaties uit te geven, een documentatiecentrum uit te bouwen en door zowel de Dovengemeenschap als de horende samenleving op diverse manieren zo goed mogelijk te sensibiliseren en te informeren (cf. organisatie van Dovencultuurfestivals, de jaarlijkse Werelddovendag). De organisatie ging in haar werking ook belangstelling tonen voor het historische erfgoed van de Vlaamse Dovengemeenschap met de start in 2000 van onderzoek naar haar geschiedenis en in 2003 de opstart van een archief.
Ik was dus ongeveer 17 jaar actief in de Dovengemeenschap, vanaf 1995 voor Cultuur voor Doven waar ik in 2003 coördinator werd. Ik ben in die periode ook als tolk VGT afgestudeerd maar ben nooit actief als tolk aan het werk gegaan. De taal onder de knie krijgen was voor mij prioriteit.

P: Cultuur voor Doven was destijds veranderd naar Fevlado-Diversus. Wat was de reden?

R: Voor een kleine organisatie zoals Diversus, is het deel uitmaken van een sterk netwerk van bijzonder belang. De nauwe samenwerking met Fevlado op de werkvloer werd bijgevolg in de periode 2003-2005 verder inhoudelijk, bestuurlijk en organisatorisch verfijnd. Deze inbedding maakte Diversus sterker bij het uitvoeren van haar opdrachten en verplichtingen.
Dit was ook de aanleiding om te verhuizen naar de Coupure waar ook Fevlado en ook Fevlado-Passage een onderkomen hadden gevonden. Met de nieuwe naam ‘Fevlado-Diversus’ werd de nauwe samenwerking officieel bezegeld en aan de buitenwereld duidelijk gemaakt. De term ‘Diversus’ verwijst dan weer naar het sociaal-cultureel model van waaruit de organisatie doofheid benadert, met respect voor ieders eigenheid.

P: Wat is de opvallendste evolutie die je hebt meegemaakt met Diversus tijdens de jaren dat je hier werkte? Zowel positief als negatief?

R: Mijn inziens heeft Diversus een belangrijke rol gespeeld bij de emancipatiebeweging van de Vlaamse Dovengemeenschap. De organisatie heeft een belangrijke laboratoriumfunctie vervuld. Er wordt wel eens beweerd dat Diversus teveel het accent legde op vorming en sensibilisering van de horende samenleving. Ik beleef dat enigszins anders. In de loop der jaren heeft de organisatie aan de wieg gestaan van heel wat activiteiten die binnen de Dovengemeenschap de empowermentgedachte hebben aangezwengeld en het Doofbewustzijn hebben gestimuleerd. Ik denk hierbij aan de Europese projecten Dovencultuur, aan de oprichting van de kunstkring OgenBlik, de vele publicaties, de cursussen Dovencultuur, de opstart van TODO, de ondersteuning van theater Hand in ’t Oog, de Dovencultuurfestivals (waar Paddy Lad al in 1999 te gast was), de WDD’s, het onderzoek naar de geschiedenis van de Dovengemeenschap en de opstart van een erfgoedwerking. Al deze initiatieven brachten nieuwe zienswijzen met zich mee en gaven het begrip Dovencultuur betekenis.

R: Ook de evolutie van het gebruik van Nederlands met Gebaren naar Vlaamse Gebarentaal blijft mij bij. Ook deze heeft de organisatie, via een aantal belangrijke publicaties rond VGT , de overstap naar VGT-cursussen, de opleiding van dove lesgevers VGT en de talrijke sensibiliseringsactiviteiten mee ondersteund waardoor het eenzijdige beeld van doof zijn betekent gehandicapt zijn, werd doorprikt en de Dovengemeenschap vandaag ook als culturele taalminderheid wordt benaderd.

R: Wat ik persoonlijk steeds wel als een extra druk heb ervaren, was de voortdurende inspanning en het vele lobbywerk die nodig was om al die jaren over voldoende financiële middelen te beschikken om de doelstellingen te realiseren. In die zin was en blijft de dienst voor een groot deel afhankelijk van de overheid, die steeds specifieke voorwaarden oplegt om gesubsidieerd te kunnen worden. Ik heb vaak wijzigingen in de regelgeving meegemaakt met belangrijke gevolgen voor de werking en het verder bestaan van de vzw. En dat is voor een kleine organisatie niet altijd een evidente zaak. Het kunnen deel uitmaken van ruimere samenwerkingsverbanden met o.a. Fevlado en Vijftact zijn ook daarom van essentieel belang.

P: Diversus werkt nu nog steeds samen met de federatie Vijf-tact. Wat is jouw ervaring hiermee?

R: Via het lidmaatschap bij Vijftact, met vier andere lidorganisaties (Centrum Zit Stil, Gezin&Handicap, Sig, en de Vlaamse dienst autisme) wordt Diversus sinds 2005 verder gesubsidieerd als vormingsdienst door het Ministerie van Cultuur. Deze samenwerking die aanvankelijk als een eerder verplicht huwelijk werd aangevoeld is uitgegroeid tot een die ook Diversus versterkt. Het blijft een leerzaam parcours samen te werken met andere organisaties buiten de Dovengemeenschap die zich ook richten tot specifieke doelgroepen. Ik geef hierbij graag een pluim aan de coördinator, Greet Firlefyn die met respect voor de eigenheid van de 5 lidorganisaties, Vijftact heeft uitgebouwd tot een organisatie die binnen en buiten de socio-culturele sector gerespecteerd wordt en prominent aanwezig is.

P: Je was ook verantwoordelijk voor het documentatiecentrum in de VSPW Gent. Welke boeken of dvd’s hebben jou het meest plezier gedaan?

R: Dankzij de extra financiële steun van de Morgan Bank kon een documentatiecentrum uitgebouwd worden en werd gestart met de aanleg van een collectie over ‘dove mensen, hun taal en cultuur’. Het is een terechte opmerking dat we in de beginperiode hoofdzakelijk Angelsaksische werken aankochten via de Forest bookshop en Gallaudet University.
Er waren op dat moment ook zeer weinig Vlaamse publicaties. Vandaar dat de dienst zelf het initiatief nam om jaarlijks een aantal publicaties uit te geven of mee te ondersteunen. Ik denk hierbij aan het boekje ’30 vragen over Gebarentaal en 29 antwoorden’ van Dr. Vermeerbergen en Dr. Van Herreweghe, de dvd ‘Deaf Poem Society’, met poëzie in VGT gebracht door Serge Vlerick, Kurt Van Maeckelberghe en Stella D’hondt, de cd-rom ‘Brugse gebaren’, ‘Hoe zoenen Doven’ van Ingeborg Scheiris, de dvd en het boekje ‘ongehoord verleden’ enz.

P: Heb je ook onvergetelijke ervaringen meegemaakt? Leuke anekdotes?

R: Weet je, ik ben nog altijd fier op mijn naamgebaar, die een verwijzing inhoudt naar mijn wipneus en in die zin wel uniek is. Het is fijn om hierdoor als horende een identiteit te krijgen in de Dovengemeenschap.
Daarnaast is er niet echt één anekdote die mij specifiek is bij gebleven. Mijn functie binnen Diversus zorgde steeds voor nieuwe uitdagingen, waar ik met veel plezier aan terugdenk: de vele fijne ontmoetingen, de boeiende buitenlandse reizen, het mee kunnen werken aan grote projecten, het kunnen gluren achter vele schermen enz. Het feit dat we hierdoor soms dag en nacht bezig waren, toont aan dat heel wat mensen vanuit een groot engagement werkten . En dat verdient respect.

P: Als je nu nog zou werken voor Diversus, wat zou je dan anders aanpakken of wat is volgens jou toch héél belangrijk?

R: Bepaalde evoluties van de laatste jaren hebben me aan het denken gezet en me bewust gemaakt dat een werkplek creëren waar zowel dove als horende personeelsleden zich thuis voelen en gerespecteerd weten geen vanzelfsprekendheid is en dat hier echt moet aan gewerkt worden.

R: Ik wens dat Diversus verder zijn laboratoriumfunctie kan waarmaken en mee kan werken aan vernieuwende initiatieven die de Dovengemeenschap versterkt. Samenwerken met de jonge Dovengemeenschap lijkt me hierbij belangrijk.

R: En ja, ik ben vertrokken op een moment dat er binnen de Dovengemeenschap hevige discussies werden gevoerd of doven nu wel gehandicapt zijn of lid zijn van een culturele minderheid. Discussies die wel eens eindigden in een patstelling en waar horenden niet werden geacht aan deel te nemen. Ik hoop dat het debat vandaag op een meer constructieve manier verloopt. Opkomen voor een eigen mening is belangrijk, een eigen stem mag en moet kunnen maar zonder afbreuk te doen aan een andere visie. Maar wellicht zijn jullie daar ook al mee bezig via de cursus Deafhood ?

P: inderdaad, de cursus Deafhood kan je zien als bruggen bouwen tussen EN naar beide culturen. Het is normaal dat doven nu meer opkomen voor hun rechten of stem, maar het is ook belangrijk om dat ook op een juiste manier te doen, met respect voor elkaar.

P: Wil je nog iets toevoegen?

R: Mijn inziens heeft het bestuur van Diversus een belangrijke rol te vervullen. Als werkgever is het aan hen om de krijtlijnen van de organisatie uit te tekenen en de visie/missie van de organisatie te bepalen en te bewaken. Ik wens hen hierbij dan ook veel succes toe en hoop dat het bestuur kan versterkt worden met dove en horende professionals.

P: Roos, bedankt voor dit boeiend interview! Ik wens je verder nog veel succes met je huidige job.

Pascal Mollet, coördinator Fevlado-Diversus.