Actualiteit

Corpus Vlaamse Gebarentaal: een interview met de projectmedewerkers

Terug naar overzicht

In juni 2012 startte een nieuw project aan de Universiteit Gent: Corpus Vlaamse Gebarentaal. Mieke Van Herreweghe, professor aan de Universiteit van Gent, en Myriam Vermeerbergen, professor aan KU Leuven|Thomas More (vroeger: Lessius Antwerpen), hebben hiervoor samen een projectaanvraag ingediend bij de Herculesstichting. Ze wilden een corpus opstellen van de Vlaamse Gebarentaal. Hercules keurde de aanvraag goed en gaf een subsidie voor drie jaar.
 
Interview door Pascal Mollet met Eline Demey, Hannes De Durpel, Sam Verstraete en Hilde Nyffels
 
Pascal: Kan je uitleggen wat het Corpus Vlaamse Gebarentaal juist inhoudt?
Eline Demey: Het is de bedoeling om tijdens dit 3-jarige project een grote verzameling van opnames Vlaamse Gebarentaal te maken. Een corpus is een soort digitale verzameling van taal. Veel taalkundig onderzoek is gebaseerd op een corpus waar heel veel teksten in zitten. Er bestaat bijvoorbeeld een corpus van geschreven Nederlands en van gesproken Nederlands. Ook voor gebarentalen zijn er al corpora, voor Nederlandse Gebarentaal, Britse Gebarentaal (BSL), Australische Gebarentaal.
 
Als je onderzoek wil doen naar het Nederlands, kan je gebruik maken van een corpus dat er al is. Als je Vlaamse Gebarentaal wil onderzoeken, ga je eerst op zoek naar dove gebarentaalgebruikers om hun taalgebruik op te nemen. Daarna moet je de opnames monteren en transcriberen. Dat is allemaal erg veel werk en is voor een onderzoeker ook veel tijdsverlies. Daarom voelden we hier de nood aan een uitgebreid corpus Vlaamse Gebarentaal om op grotere schaal onderzoek te kunnen doen naar Vlaamse Gebarentaal. Het is niet mogelijk om alle dove gebarentaligen hier uit te nodigen, maar we willen opnames maken van 100 personen. Dit moet een diverse groep zijn: mensen uit de vijf verschillende Vlaamse regio’s, van verschillende leeftijden, zowel mannen als vrouwen... Het mogen dus niet alleen bv. jongeren of West-Vlamingen zijn die worden opgenomen in het project.
 
Pascal: Een corpus betekent dus het onderzoeken van taal?
Eline Demey: Het corpus zelf is niet het onderzoeken van een taal, maar is het verzamelen van taaldata. We creëren een soort database op computer. Het vinden van voorbeelden is gemakkelijk, omdat je veel data via de computer kan oproepen. Stel dat ik een onderzoek wil doen over zinstructuur, bijvoorbeeld: de vraagzin. Dan kan ik eenvoudig gezegd aan de computer vragen om mij alle zinnen uit het Corpus te geven die beginnen met het gebaar WAAR, of WAAROM of HOE. Via een zoekfunctie krijg ik dan een hele lijst met zinnen die aan mijn zoekcriteria voldoen, met opnames van personen uit Brugge en Hasselt, jong en oud... Zo kan je dan de structuur van die zinnen gaan ontleden en vergelijken.  Om een waardevol onderzoek te doen, heb je veel data nodig. Dit project doet dus zelf geen taalkundig onderzoek, maar we maken onderzoeksmateriaal voor later onderzoek.
Pascal: Hoe moet ik me dat concreet voorstellen, het maken van een corpus?
Eline Demey: We zijn met vier medewerkers: ik coördineer het project en heb drie dove collega’s. Het project bestaat uit vier fasen. Ten eerste doen we de opnames. De tweede fase is het bewerken van de opnames. Een opname duurt bijvoorbeeld vijf uur en wordt gefilmd vanuit drie camerastandpunten. De opname moet dan dus bewerkt en gemonteerd worden. De derde fase is de annotatie van de video-opnames. De vierde fase van het project is het verspreiden van onze data. De bedoeling is dat het project binnen 3 jaar wordt afgerond en dat de data dan verspreid kan worden.
 
Pascal:Je hebt het over annotatie; kan je dat even uitleggen?
Eline Demey: Een videofragment kan je niet zomaar gebruiken voor taalkundig onderzoek. Je moet het omzetten in notities die je dan kan doorzoeken. Annotatie is een combinatie van glossen en extra verklaringen bij de gebaren in het Nederlands. Ieder gebaar wordt daarbij omgezet in een Nederlands woord (een glos). Zo heb je bijvoorbeeld het gebaar PAARD, dit wordt omgezet naar het geschreven Nederlands woord ‘paard’. Je kan PAARD echter op verschillende manieren gebaren, die verschillende gebaren worden weergegeven in glossen als PAARD1, PAARD2 of PAARD3. Voor ieder gebaar is er dus één vertaling in glos.
Hilde Nyffels: Annoteren is echt veel werk. Glossen betekent een soort vertaling in Nederlandse woorden, daarbij komt dan nog uitleg over de vorm van hand, de houding van het lichaam, de mimiek... Onlangs had ik voor één minuut in VGT ongeveer twee uren nodig om alles te vertalen en te verklaren.
Er is een grote variatie in VGT. De verhalen of thema’s die we aanbrengen zijn hetzelfde maar de gebruikte gebaren zijn soms helemaal anders. En dan zijn er nog de streekgebaren. Echt zeer interessant om zoveel verschillen te zien!
 
Pascal: Is het belangrijk om met doven samen te werken?
Eline Demey: Ja natuurlijk, dat is zeer belangrijk. Ik heb wel ervaring als doctor in de taalkunde en ik begeleid het project, maar ik ben niet doof en ben niet opgegroeid met Vlaamse Gebarentaal. Gelukkig heb ik mijn dove collega’s, die de dovengemeenschap goed kennen, die zich bewust zijn van hun taal. Dit is heel belangrijk voor het contact met de dove informanten en de opnames. Ook voor het annoteren is het belangrijk dat je de taal goed kent. Daarom is het samenwerken met dove personen aan dit project onontbeerlijk.
 
Een goede samenwerking tussen ons vieren is ook belangrijk. We verdelen de taken, maar we wisselen ook veel informatie uit, zodat we met zijn vieren bijleren en een groeiproces doormaken. Ik hoop dat, wanneer dit project afloopt, mijn drie collega’s zich verder willen toespitsen op taalkundig onderzoek.
 
Pascal: Hoe ziet zo’n opname voor het Corpus eruit?
Hannes De Durpel: In een studio worden de opnames gemaakt met twee informanten, dat is de naam voor de doven die komen voor de opnames. De informanten krijgen verschillende opdrachten: ze vertellen een film na, ze vertellen over hun eigen ervaringen, ze discussiëren. Per opname zijn er 22 opdrachten en dat duurt alles samen ongeveer vijf uur. Er is altijd een moderator aanwezig om de gesprekken goed te laten verlopen. We nemen op met drie camera’s: één camera voor het geheel, de andere twee camera’s zijn gericht op de informanten zelf voor een goed beeld in VGT.
 
Pascal:100 informanten vinden... niet simpel zeker?
Sam Verstraete: Neen, dat klopt. Ik ben nu 4 maanden bezig met de doelgroep te contacteren en het gaat niet altijd vlot. Veel doven zijn gemotiveerd om mee te werken, maar anderen hebben geen tijd of geen interesse. We proberen zoveel mogelijk ons doel te behouden en zoeken doven die sterk zijn in VGT: bv. ze zijn actief in de dovengemeenschap of hun ouders zijn doof, etc. De informanten die al meegewerkt hebben, zijn allemaal heel enthousiast!
 
Pascal: Werk je hiervoor samen met de dovengemeenschap?
Sam Verstraete: Ja, er is een stuurgroep voor het project. De leden van de stuurgroep zijn Fevlado, het VGTC, Mim Vermeerbergen en Mieke Van Herreweghe. Zij geven ons advies en tips, zodat wij verder kunnen werken. We contacteren ook dovenclubs als we bv. het emailadres nodig hebben van bepaalde kandidaten. Voor de -18-jarigen contacteren we de dovenscholen. We werken dus zeker samen met de dovengemeenschap.
 
Voorstelling projectmedewerkers Corpus Vlaamse Gebarentaal
 
Eline Demey, coördinator
Voorstelling:
In 2005 schreef ik een doctoraat over de fonologie van de Vlaamse Gebarentaal. Het was een onderzoek naar de vorm van gebaren: de handvorm, de beweging, de articulatieplaats.
 
Taak binnen het project:
Nu ben ik opnieuw actief aan de UGent, als taalkundige in de Vlaamse Gebarentaal. Ik coördineer het project Corpus Vlaamse Gebarentaal.
 
Hannes De Durpel, wetenschappelijk medewerker
Voorstelling:
Sinds oktober 2012 ben ik halftijds wetenschappelijk medewerker, daarnaast ben ik halftijds educatief medewerker bij Fevlado-Diversus.
 
Taak binnen het project:
Ik ben vooral bezig met het “uitlokkingsmateriaal”, dat zijn de opdrachten voor informanten tijdens de opnames. Ik ondersteun ook hoe de opnames dienen te gebeuren, het lokaal en de techniek. Na de opname monteer ik het videomateriaal.
 
Hilde Nyffels, wetenschappelijk medewerker
Voorstelling:
Ik werk halftijds aan het project Corpus VGT en halftijds voor Fevlado-Diversus. Tot voor kort gaf ik les aan de studenten tolken in het VSPW. Ik volgde lessen aan KU Leuven|Thomas More (vroeger Lessius Hogeschool). Mijn ervaring komt hier goed van pas.
 
Taak binnen het project:
Ik doe hier voornamelijk twee taken. Ten eerste ben ik moderator tijdens de opnames. Mijn taak bestaat erin om alles vlot te laten verlopen. Ik stel de thema’s voor, geef begeleiding indien nodig. Soms komt de informant niet los, dan probeer ik de sfeer los te gooien.
Ten tweede ben ik bezig met de annotatie van de video’s: de gesprekken in Vlaamse Gebarentaal glossen en er extra uitleg bij geven.
 
Sam Verstraete, wetenschappelijk medewerker
Voorstelling:
Ik werk hier halftijds als wetenschappelijk medewerker en studeer aan KU Leuven|Thomas More (vroeger Lessius), richting Toegepaste Taalkunde. Mijn ouders en familie zijn doof. VGT is mijn moedertaal wat voor dit project toch interessant is.
 
Taak binnen het project:
Ik heb hier diverse taken, maar de focus ligt op het vinden van informanten. We hebben 100 informanten nodig. Ik bestudeer eerst de mogelijke informanten (achtergrond, sterk in VGT, actief in Dovengemeenschap...), dan contacteer ik hen om een afspraak te maken voor opname. Er zijn verschillende leeftijdsgroepen: we zoeken mensen van 12 tot 70 jaar.
 
 
Andere gebarentalen
 
Ook op andere plaatsen wordt hard gewerkt aan corpora van andere gebarentalen. Doordat de corpora elektronisch zijn en je ze dikwijls via het internet kan raadplegen, wordt het veel gemakkelijker om verschillende gebarentalen te vergelijken.
 
Hieronder vind je enkele links naar bestaande corpora of corpora in ontwikkeling: