Actualiteit

Vlaams GebarentaalCentrum: een interview met de medewerkers

Terug naar overzicht

Interview door Pascal Mollet met VGTC-coördinator Isabelle Heyerick en onderzoekster Eveline Huys. Joni Oyserman kon zich helaas niet vrijmaken.
 
Pascal: Willen jullie eerst jezelf voorstellen wie jullie zijn en welke ervaring jullie hebben?
Eveline Huys: Mijn naam is Eveline Huys, vroeger was ik tewerkgesteld bij Fevlado en Fevlado-Passage. Ik heb ook 2 jaar gewerkt in de Lessius hogeschool in Antwerpen. Daar gaf ik les taalvaardigheid VGT. Sinds oktober 2010 werk ik voor het VGTC (Vlaams Gebarentaal Centrum). Ik heb een diploma, Master in de Taal- en Letterkunde.
Isabelle Heyerick: Mijn naam is Isabelle Heyerick. Sinds 2008 werk ik voor het VGTC, voordien werkte ik bij Fevlado in de cel belangenbehartiging. Ik heb ook de tolkopleiding gevolgd, misschien moet ik er bij vertellen dat ik horend ben. Naast coördinator van het VGTC en onderzoeker ben ik dus ook tolk VGT. Ik heb net als Eveline een diploma Master in de Taal- en Letterkunde. Ook Joni Oyserman, behoort tot het team. Zij is Nederlandse en heeft een diploma Gebarentaalwetenschappen, zij is net als wij, ook onderzoeker VGT.
 
Pascal: Wat is jullie taakinhoud?
Eveline Huys: We doen hier vooral onderzoek naar de Vlaamse Gebarentaal en de resultaten van ons onderzoek verspreiden we ook, bijvoorbeeld via onze website. Verder geven we nog lezingen over VGT en over onze onderzoeksresultaten. Als mensen vragen hebben over VGT kunnen ze bij ons terecht.
 
Pascal: Kan je ons vertellen wat de functie van VGTC is? Hoe is die ontstaan?
Isabelle Heyerick: Het VGTC is opgericht in 1997. In die tijd deden dr. Myriam Vermeerbergen en dr. Mieke Van Herreweghe onderzoek naar VGT. Ze voelden de nood om de resultaten te delen met de Dovengemeenschap en zo kwamen zij bij Fevlado terecht. Samen met Fevlado, meer bepaald met Filip Verstraete, is dan het VGTC opgericht. Van 1997 tot 2008 bestond het VGTC uitsluitend uit vrijwilligers. Dankzij de erkenning van VGT in 2006 kreeg het VGTC een erkenning van de overheid en dankzij de subsidies werd in 2008 personeel aangeworven.
 
Pascal: Wat is het doel van jullie huidige project? Kan je daar meer uitleg over geven?
Isabelle Heyerick: In ons beleidsplan van 4 jaar, dat startte in 2012 en loopt tot 2015 is voorzien dat we het digitale woordenboek (VGT-Nederlands/Nederlands-VGT) verder zullen uitbreiden. Nu heeft deze databank ongeveer 7500 woorden waarvoor er gebaren zijn opgenomen, maar we weten allemaal dat VGT véél meer gebaren heeft. Dat is het doel van ons project: meer gebaren in het woordenboek opnemen.
 
Pascal: Wat hebben jullie in het verleden gedaan?
Eveline Huys: Van 1997 tot 2008 had het VGTC dus geen personeel maar de organisatie heeft toch wel veel gedaan. Het videoboek over de grammatica van Vlaamse Gebarentaal is toen gemaakt, er zijn ook enkele Dvd’s gemaakt: “15 vingers en 1 hoofd” en “Van Bollebuik tot Piraten”. Ook hebben we de cursussen VGT helpen ontwikkelen. Sinds 2008 heeft het VGTC personeel. Tijdens het eerste beleidsplan lag de focus op onderzoek naar de grammatica van VGT. We hebben onderzoek gedaan naar meervoud in VGT en classifiers in VGT. Het resultaat van het meervoudsonderzoek kan je lezen (in het Nederlands) en bekijken (in VGT) op onze website. Het onderzoek naar classifiers is afgerond en zal binnenkort verspreid worden.

 
Pascal: In het verleden onderzochten jullie vooral de grammatica van de VGT, meerbepaald meervoud in VGT en classifiers. Nu is het meer lexicografisch onderzoek. Is er een groot verschil in werking tussen beide onderzoeken?
Isabelle Heyerick: Neen, eigenlijk is er weinig verschil in de manier waarop je het onderzoek zelf voert. We moeten altijd eerst VGT verzamelen, de data waarop we onderzoek doen, de taal zelf dus vastleggen. Dat doen we door dove mensen te filmen vanuit verschillende regio’s. Wat er dan wel anders is, is de analyse, de focus. De ene keer ga je meer aandacht hebben voor grammaticale constructies en bij het onderzoek naar lexicon moeten we eerder de inhoudelijke gebaren en de handvormen gaan analyseren. Er is wel een verschil in onderzoeksresultaten. Bij grammaticaal onderzoek is het een beschrijving van hoe iets gebeurt in VGT bij het lexicografisch onderzoek zullen de gebaren in het woordenboek komen. De gebaren moeten dus zeker juist zijn.
Met ons onderzoek willen we ook aantonen dat VGT ook regels heeft, net zoals het Nederlands. Voor meervoud kan je verschillende gebaren maken, dit hangt ook af van de context. Classifiers is meer ”tonen wat er gebeurt”. Door een specifieke handvorm ga je tonen dat er een vogel op een tak zit of twee auto’s tegen elkaar botsen.
 
Pascal: Wat zijn jullie knelpunten tijdens het onderzoek?
Eveline Huys: Eerst was het onderzoek vooral gefocust op de inhoud. Dat ging redelijk vlot. Nu is het vooral de praktische kant, de opnames, en dat is toch een stuk moeilijker. Het is niet gemakkelijk om dove mensen te vinden die willen meewerken. Bovendien zijn er bepaalde criteria, bijvoorbeeld rekening houden met de leeftijd, twee mannen of vrouwen, data vinden wanneer ze vrij zijn, een moderator vinden die dat wil doen. Het is allemaal niet zo simpel.
 
Pascal: Kunnen jullie vertellen waarmee jullie nu bezig zijn en wat jullie taken zijn?
Isabelle Heyerick: We zijn nu vooral bezig met het uitlokkingsmateriaal voor de opnames en daarvoor zoeken we ook dove personen die bereid zijn om mee te werken. We hebben bij de opnames ook moderators nodig die alles goed begeleiden. Daarna analyseren we de opnames. De verslagen daarvan zullen te raadplegen zijn op onze website. Naast het woordenboek zijn we nog met diverse dingen bezig; zoals samenwerken met Fevlado-Diversus. Wij geven hen advies voor het aanmaken van een nieuwe cursus Vlaamse Gebarentaal. Ook ondersteunen wij hen met het ontwikkelen van een lessenpakket voor dove docenten. Hoe ze op een betere manier kunnen lesgeven (didactiek). Verder geven wij ook advies aan de VRT voor de tolken VGT bij het journaal en Karrewiet. Als ze twijfelen aan het lexicon geven wij ondersteuning. Zowel voor de horende als de dove tolken. Natuurlijk blijft het zoeken naar geld ook een deel van onze taak, zodat wij ons project verder kunnen zetten.
 
Pascal: Hoe verloopt de samenwerking met VRT voor “VGT op VRT”?
Isabelle Heyerick: Zowel voor de dove als voor de horende tolken is het belangrijk om hen snel van feedback te kunnen voorzien. Dat kunnen wij niet altijd doen. Daarom willen we een nieuw project starten met een groep doven die “direct” in contact staat en snel feedback kan geven voor wat lexicon betreft. Binnen het VGTC geven wij ook feedback aan de VRT over het gebruik van classifiers, ruimtegebruik, etc.... Met dit nieuwe project hopen wij een basis te hebben om hen snel te kunnen ondersteunen. Ook moeten wij ons ervan bewust zijn dat “verkeerde” gebaren snel verspreid kunnen worden. Daarom moeten we dit goed en juist aanpakken, in samenwerking met de Vlaamse Dovengemeenschap.

 
Pascal: Werken jullie samen met de Dovengemeenschap? Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet?
Isabelle Heyerick: Ja, in de eerste plaats bestaat ons bestuur volledig uit dove bestuursleden. Dat is op zich al een sterke vertegenwoordiging van de Dovengemeenschap, zij weten wat er leeft. Daarnaast hebben we de dove mensen gewoon echt nodig, want zonder hen en zonder hun taal kunnen we ons onderzoek niet doen.
 
Pascal: Zijn er naast uw mensen en personeelsleden nog andere mensen of onderzoekers bij betrokken? Welke mensen of onderzoekers? En waarom?
Isabelle Heyerick: In ons beleidsplan staat duidelijk dat we samenwerken met Fevlado en Fevlado-Diversus. Immers, zonder de Dovengemeenschap bestaan wij niet, wij werken voor hen! Ook in de stuurgroep van het online woordenboek zijn verschillende mensen van Fevlado en het project Hercules betrokken (nu corpusproject). Dus zij hebben inspraak.
 
Pascal: Jullie vertelden over het digitaal woordenboek van UGent. Zullen jullie werken met hetzelfde digitaal woordenboek?
Isabelle Heyerick: In de eerste plaats willen we het woordenboek uitbreiden. Bij de nieuwe gebaren die we zullen toevoegen, houden we ook rekening met de regionale verschillen. Joni is op dit moment ook bezig om het bestaande woordenboek te laten evalueren door enkele gebruikers. Aan de hand van de reacties kunnen we misschien een aantal wijzigingen doorvoeren. In het buitenland heb je ook gebarenwoordenboeken en hun manier van werken en van informatie geven is enigszins anders. Ipv iets op te zoeken via een woord, kan je iets opzoeken via de handvorm, de beweging, etc... Ook gebruiken wij nog Signwriting, en we vragen ons af of dit nog nodig is? In ieder geval, de komende 4 jaar zal het woordenboek dezelfde vorm blijven behouden. Natuurlijk willen we ook graag mee evolueren met de technologie. We willen een “app” van ons woordenboek laten maken zodat het ook direct te raadplegen is via iPhone, iPad, android; ... Hiervoor kunnen we samenwerken met ontwikkelaars van de Universiteit Antwerpen en we hopen dat we dit kunnen realiseren.
 
Pascal: Wordt het online VGT woordenboek veel bezocht?
Isabelle Heyerick: Het online VGT woordenboek wordt zeker elke dag bezocht. Vooral tijdens de examenperiode is het woordenboek erg populair. Studenten VGT bekijken in die periode snel nog even onze website! Maar ook dove lesgevers bezoeken onze website, om te controleren of ze juiste gebaren gebruiken. Dus, studenten, tolken VGT, dove docenten, doven die een woord zoeken... de bezoekers zijn heel divers.
Eveline Huys: Daarom is het belangrijk om het woordenboek verder uit te breiden, zodat mensen er zich van bewust worden dat VGT een rijke taal is.
  
Sinds januari 2013 tot april 2013 hebben 10.138 mensen het digitale woordenboek VGT-Nederlands/Nederlands-VGT bezocht
Bezoeken 19.846
Unieke bezoekers 10.138
Paginaweergaven 499.307