Actualiteit

Geen gelijke onderwijskansen voor dove kinderen

Terug naar overzicht

VGT thumbnailVGT thumbnail
Op dit moment zijn er in Vlaanderen geen gelijke onderwijskansen voor dove kinderen en voor horende kinderen van dove ouders, omdat geen enkele onderwijsvorm voldoet aan hun rechten en noden. Daarom deed Fevlado in 2014 een verkennend onderzoek naar welke onderwijsvorm wel gelijke kansen garandeert, met projectsubsidies van Gelijke Kansen in Vlaanderen. Dit onderzoeksrapport is het resultaat van diepgaande gesprekken met experten, studiereizen naar buitenlandse onderwijsprogramma’s voor tweetalig onderwijs in een gebarentaal en een gesproken/geschreven taal, focusgroepen met ouders en onderwijsmedewerkers en literatuurstudie. Dit hele proces werd nauw opgevolgd door een stuurgroep, vertegenwoordigd door een dove en een horende ouder, een experte van de Dovengemeenschap, een dove leerkracht en een experte in het aanbod Vlaamse Gebarentaal in de voorschoolse periode.
 
Het meest passend, wenselijk en haalbaar onderwijs voor dove kinderen, hun horende broers en zussen, en horende kinderen van dove ouders, krijgt vorm in tweetalige klassen in een bestaande of startende school binnen het reguliere onderwijscircuit. In deze tweetalige klassen zitten dove kinderen, hun broers en zussen, en horende kinderen van dove ouders, waarbij dove kinderen idealiter in de meerderheid zijn. De voer- en instructietalen zijn Vlaamse Gebarentaal en geschreven Nederlands.  De leerlingen in deze tweetalige klassen krijgen les van tweetalige en biculturele dove leerkrachten. Nederlands en Vlaamse Gebarentaal worden beiden als taalvakken gegeven en thema’s met betrekking tot doof zijn worden over het hele curriculum geïntegreerd.
 
In de andere klassen waar uitsluitend horende leerlingen onderwijs volgen, is de voer- en instructietaal het Nederlands en krijgen de leerlingen les van Nederlandstalige leerkrachten. Vlaamse Gebarentaal wordt aan deze leerlingen als extra taalvak aangeboden, ze krijgen dat twee uur per week. Ook hier worden in het curriculum thema’s met betrekking tot doof zijn geïntegreerd, net zoals in de tweetalige klassen.
 
Er worden gemeenschappelijke lesmomenten georganiseerd voor leerlingen uit de tweetalige klassen en leerlingen uit de Nederlandstalige klassen. De dove bilinguaal-biculturele leerkrachten en horende leerkrachten werken met elkaar samen en stemmen op elkaar af over het curriculum en de gemeenschappelijke lesmomenten.
 
Een dove bilinguaal-biculturele coördinator bewaakt het onderwijs in de tweetalige klassen en heeft een belangrijke brugfunctie, met name tussen de Nederlandstalige en tweetalige klassen, tussen de dove leerkrachten onderling en tussen de dove en horende leerkrachten. Een Nederlandstalige directeur heeft de leiding over de gehele school. De samenwerking verloopt positief en beide groepen leerkrachten, directie en coördinatoren zijn rolmodellen voor alle leerlingen op de school, voor ouders en voor de gemeenschappen buiten de school.
 
De hele school, zowel leerlingen, leerkrachten, leidinggevenden als ouders en de omringende gemeenschappen buiten de school ontwikkelen positieve attitudes ten opzichte van Vlaamse Gebarentaal en het Nederlands, ten opzichte van de horende cultuur en de Dovencultuur en ten opzichte van beide gemeenschappen. Er is respect voor elkaar, men treedt met elkaar in (interculturele) dialoog. Dit betekent dat de attitude in de hele school bilinguaal-bicultureel is. Hiervoor is een goede samenwerking nodig tussen ouders, leerkrachten en de Dovengemeenschap.