|
|
3-4 november 2003
Na één jaar van voorbereiding is eindelijk de vertrekdag aangebroken : 3 november 2003. Met 17 reizigers en de doventolk Patrick Fabel kwamen we samen in Zaventem om 16 uur.
Bij het inchecken hoorden we dat onze vlucht vertraging had. We zouden opstijgen om 19u30 ipv om 17u20. Dit werd goed gemaakt met een gratis consumptie in één van de restaurants op de luchthaven. De vlucht naar Londen, Heathrow, duurde ongeveer een uurtje en van daaruit namen we de vlucht naar Johannesburg.
Afgezien van enkele luchtturbulenties, zijn we na 10 uur vliegen goed aangekomen in Johannesburg op 4 november, 10u00 plaatselijke tijd. Daar wachtten onze zwarte buschauffeur, Hoesein en Ina, onze blanke gids, ons op. Zij zouden 3 weken samen met ons door Zuid-Afrika reizen.
Onze rondreis begon met een korte rondrit langs Johannesburg. Onderweg pikten we nog een zwarte gids op om ons te leiden door Soweto, de andere kant van Johannesburg. Daar zie je het leven van de zwarte bevolking. Alles gebeurt er in de buitenlucht : de verkoop van levende kippen die ter plaatse worden geslacht, het uitbeenderen van koppen van wild, auto’s wassen en herstellen, de verkoop van etenswaren, en dit allemaal in de volle zon. Die mensen wonen met verschillende gezinnen samen in huizen van platen, karton en golfplaten in allerlei vormen en kleuren.
’s Middags aten we in een plaatselijk restaurant, wat niet te vergelijken is met ons landje. Er stonden lange rijen tafels en iedereen nam er een plaatsje, het voelde aan alsof we één grote familie waren met de plaatselijke mensen. De gerechten waren ook heel nieuw voor ons. Voorzichtig proefden we van de plaatselijke keuken ; gelukkig was het een zelfbedieningszaak.
Na onze lunch zetten we onze tocht verder, we zagen enkele woningen van Nelson Mandela en van aartsbisschop Tutu. Daarna bezochten we het apartheidsmuseum, daar kregen we veel uitleg over de geschiedenis van de apartheid tussen blanken en zwarten. Daarna vervolgden we onze weg naar Pretoria, 60 km van Johannesburg vandaan. Eindelijk kregen we de mogelijkheid om ons op te frissen en lekker te dineren.
|
5 november
We reden langs monumenten en grandioze overheidsgebouwen van Pretoria, waarvan sommigen dateren uit de 19e eeuw, afgewisseld met veel parken en tuinen. We bezochten het standbeeld van Paul Krüger, de 4de president van ZAR, Melsose House en het voortrekkers Monument.
Rond deze tijd van het jaar staan de Jacaranda’s langs de straten vol lila bloesems. In de namiddag bezochten we de Culligan Diamantmijn, in handen van de groep De Beers, de meest belangrijke diamantgroep van de wereld.
|
6 november
Het was een overgangsdag van Pretoria op het hoogland, ongeveer 1800m boven de zee, naar het laagland aan de grens met het Krügerpark. Het hoogland is een vlak plateau, vooral begroeid met grasland en het is er zeer droog. Trapsgewijs daalden we af via de Drakensbergen.
Het landschap veranderde voortdurend van grasland, over aangeplante eucalyptusbomen naar dennenbomen. We passeerden Witbank, een zeer grote industriestad met de gebruikelijke townships of krottenwijken. Vele zwarten zijn naar hier afgezakt op zoek naar werk maar helaas blijven er veel werkloos achter in deze “plakkampen”. Sommige verblijven er illegaal maar omdat de regering te weinig geld heeft, worden deze plakkampen voorzien van water en elektriciteit, zo zijn ze in ieder geval “wettelijk” in orde.
Rond Witbank zijn er open en gesloten steenkoolmijnen. Rond de stad staan 17 immense elektriciteitscentrales, met steenkool, die 65% van alle elektriciteit in Afrika, ten zuiden van de Sahara, leveren.
Via Dullstroom en Lydenburg reden we naar Pilgrim’s Rest, een oud goudzokersstadje dat sinds enkele jaren van een spookdorp omgevormd is tot een toeristisch goudzoekersdorp. Er stonden kraampjes van de Ndebele bevolking. Vrouwen vervaardigden kralenkunstwerken. Onderweg passeerden we nog een chroom- en inoxfabriek en een uraniummijn. We kregen van de gids ook uitleg over de verschillende bevolkingsgroepen, Nguni, Sotho, Xhosa, Zulu, Swazi, Shangaan en de Ndebele.
|
7 november
We volgden de panoramaroute, dit is een route naar en door de Canyon van de “Blijde rivier”, via Bourkes Luck Potholes, een plaats waar de “Blijde rivier” en de Treur rivier” samenvloeien. De plaats waar deze rivieren samenvloeien bestaat uit zacht gesteente. Waar twee stromen elkaar ontmoeten ontstaan er draaikolken en deze hebben in het gesteente ronde gaten geslepen, echt iets heel bijzonder. Daarna bezochten we “de 3 Rondavels”, waar we een prachtig uitzicht hadden op de canyon van de Blijde rivier.
In de namiddag bezochten we Gods Window en konden we de vallei goed zien. ’s Avonds stond er een bushbraai (barbecue) op het programma en daarna volksdansen door een plaatselijke groep bestaande uit weeskinderen van 4 tot 16 jaar die van de straat geplukt zijn. De groepsleider probeerde hen door dans en muziek hun eigen cultuur terug aan te leren. Daarna nodigde zij ons uit om mee te dansen.
|
8 november
Opgestaan om 4u00 en om 5u00 vertrokken we met 2 open jeeps. Rond 5u30 reden we het Krügerpark binnen en kwamen na enkele honderden meters de eerste dieren tegen, onder andere buffels, giraffen, impala’s, zebra’s, wrattenzwijnen, gnoe’s, neushoorns, bavianen en blauwapen, duizendpoten en verschillende vogels.
|
9 november
Rond 9u00 vertrokken we richting Swaziland, een vroeger Brits protectoraat met een eigen koning. Om het land binnen te komen moesten we 2 grensposten passeren, deze van Zuid-Afrika en Swaziland.
Tussen beide posten ligt ongeveer 500 m niemandsland waarin een cultuurdorp ligt, dat toont hoe de Swazi vroeger leefden. In de namiddag bezochten we een glasfabriek die glazen voorwerpen, voornamelijk beeldjes maakt uit gerecycleerd glas, een idee van een vroegere missionaris om de zwarten werk te geven.
|
10 november
Vandaag was het een overgangsdag, van Swaziland naar Zululand, terug via de 2 grenscontroles. We bezochten eerst nog een kaarsenfabriek, ook opgericht door een missionaris.
|
11 november
Weer vroeg uit de veren, 5u00, om rond 6u00 op safari te vertrekken naar het Umfolosi natuurreservaat. Het is het vroegere jachtgebied van de Zulu hoofdman. Niet zo groot als het Krügerpark maar mooier en met een grotere kans om dieren te zien. Daarna brachten we nog een bezoek aan een traditioneel Zuludorp waar we goede uitleg kregen van een plaatselijke gids met daarna dans en tromgeroffel. Heel mooi!
|
12 november
Deze morgen konden we met de begeleider van het hotel jachtluipaarden en cervals benaderen in hun kooi. Het was een unieke ervaring. Deze voormiddag bezochten we het Sint-Lucia meer. We zagen er prachtige vogels, nijlpaarden en krokodillen. We lunchten op de boot. Na een drietal uurtjes rijden met de bus bereikten we Durban, een stad aan de Indische Oceaan, daar zijn veel Indiërs.
|
13 november
Via Durban, Drankensberg Mountains bereikten we Clarens tegen 17u00. Deze gemeente heeft dezelfde naam als het dorpje in Zwitserland waar president Paul Krüger overleden is in ballingschap, nadat hij door de Engelsen was verdreven.
We reden van Durban aan de zee, langs de grens met Lesotho, dat naast Swaziland een ander onafhankelijk land is in Zuid-Afrika, via de Drakensbergen ; het was prachtig, vooral de “Golden Gate”. We kwamen ook nog een gedenkteken tegen ter herdenking van Mandela. Op die plaats is hij in de jaren 60 gearresteerd en opgesloten voor bijna 28 jaar.
|
14 november
We reden van Clarens via Bloemfontein naar Gariep, een rit van meer dan 500 km, waarvan 400 km over een plateau op 1500 m boven de zeespiegel, de Vrijstaat genoemd. Gedurende bijna 400 km kregen we niets anders te zien dan verdord gras, want het is hier de droogste periode sinds 45 jaar.
In Bloemfontein bezochten we het oorlogsmuseum en het Vrouwenmonument ter nagedachtenis van de vele vrouwen en kinderen die zijn omgekomen in de concentratiekampen van de Britten tijdens de Anglo-boerenoorlog van 1902. Ook passeerden we de Gariepdam, de grootste dam in Zuid-Afika.
|
15 november
We reden van Gariepdam naar Graaf Reinet. We bezochten New Bethesda, een dorp midden in de bergen, dat alleen bereikbaar is via een aarden weg van 31 km. We waren meer dan dooreen geschud ! Hier leefde ooit een kunstenares die bekend stond voor haar kunstwerken in beton en glas.
Het huis heeft verschillende kamers waarvan de muren bekleed zijn met glasschilfers, heel speciaal. Na de lunch in een plaatselijk restaurant reden we door de bergen naar Graaf Reinet. Het ligt in een meander van de Zondagrivier, die momenteel volledig droog staat. Meer dan 200 gebouwen zijn geklasseerd ; een heel mooi onderhouden en rustig stadje.
’s Avonds reden we nog een berg op, zo’n 700 m hoger dan de stad, waar we een prachtig uitzicht hadden op de stad en de “Vallei der Verlatenheid” met vergezichten tot 150 km. We zagen er een prachtige zonsondergang. Toen we in het hotel aankwamen was de tafel gedekt, buiten in de tuin. Echt gezellig!
|
16 november
Deze morgen heerlijk ontbeten buiten. Daarna hadden we een vrije voormiddag. Men kon om 8u30 een TV programma voor doven volgen of vrij wandelen in het dorpje. Daarna reden we naar Oudtshoorn, het belangrijkste centrum voor het fokken van struisvogels.
’s Avonds bezochten we een struisvogelfarm met een rondleiding waarbij we meer te weten kwam over de diverse stadia in de ontwikkeling van de vogel en waar we de kans kregen jongen te aaien en de hokken te bezoeken.
Na het diner bezochten we de plaatselijke winkel waar men allerlei producten van de struisvogel kan kopen.
|
17 november
We trokken door de bergen over een pas van Oudtshoorn naar George Twon, daar namen we de bekende stoomtrein “’t Outenique Choo-Tjoe” naar Sedgefield tussen George en Knysna. De smalspoorstoomtrein rijdt door een aanplant van gom- en pijnbomen, scheert rakelings langs afgronden, steekt bruggen over en slingert zich langs meren en door bossen.
In Knysna namen we een boot naar de overkant van de baai. Knysna is een natuurlijke haven, door twee hoge rotsen kan je de lagune binnenvaren, echter niet zonder gevaar. Na een aangenaam middagmaal reden we met een 4x4 wagen met 3 wagonnetjes de berg op, heel steil naar boven.
Vanaf het hoogste punt hadden we een prachtig uitzicht op de lagune, de inham en de Indische Oceaan. We daalden te voet terug naar beneden, ongeveer 2,2 km tot aan het vertrekpunt.
|
18 november
We hadden een rustdag in Mosselbay. In de voormiddag wandelden de meesten naar het strand. Het was een fikse wandeling want ons hotel stond op een heuveltop en tot aan het strand was het serieus bergaf.
‘s Namiddags kon men vrij het Bartolomeu Dias Museum complex bezoeken. We maakten ook een boottochtje naar een eilandje waar 4600 robben zaten.
|
19 november
We reden van Mosselbay naar Capetow, via Swellendfam, met een tussenstop om een bezoek te brengen aan een Aloë plantage. Aloësap wordt gebruikt in allerlei cosmetische producten zoals zalfjes, shampoo enz,…
In Swellendam bezochten we het huis van de gouverneur, het Drostdy. Rond 17u00 kwamen we aan in Kaapstad en reden onmiddellijk door naar de Tafelberg. Met de kabellift stonden we binnen enkele minuten op zo’n 1000 m boven de zeespiegel. Het uitzicht was prachtig.
|
20 november
We reden naar het meest zuidwestelijke deel van Zuid-Afrika, Kaap de Goede Hoop, daarna naar Capepoint, het meest zuidelijke punt van het Kaapse schiereiland, het theoretische scheidingspunt tussen de Indische en de Atlantische oceaan. We liepen eerst tot aan de vuurtoren maar sommigen gingen nog iets verder om meer te zien.
’s Middags lunchten we op een boot in de marinehaven. Na de lunch bezochten we een kolonie pinguïns op Boulder’s beach. Deze soort pinguïns komt enkel voor in Zuid-Afrika. Ze zijn niet echt groot, 40 cm.
|
21 november
We bezochten “Die Skool vir die Dowes” in Worcester. We brachten een bezoek aan de kleuterafdeling, de kerk voor doven en een beschermde werkplaats. Na het gebruik van de lunch, bezochten we het Buitenlucht Museum Kleinplasie, een soort Bokrijk uit de tijd van de Voortrekkers, daarna brachten we een bezoek aan een wijnproeverij in één van de plaatselijke winefarms te Paarl en van daaruit reden we verder naar het historische universiteitsstadje en wijncentrum Stellenbosch, doorkruist door lanen met eeuwenoude eiken, geplant in 1605.
In het dorpje staat nog de ouderwetse dorpswinkel, Oom Samie se Winkel, in gebruik sinds 1904. We snuffelden er tussen allerlei antiek, curiosa, kleverige caramel en biltong. ’s Avonds aten we in een Afrikaans restaurant waar we 16 verschillende gerechten konden proeven. Sommige gerechten waren heel pikant, maar lekker. Het was onze laatste avond samen.
|
22 november
In de voormiddag bezochten we de botanische tuinen van Kirstenbosch. We hadden nog de tijd om te shoppen in Waterfront Winkelcentra. Vooraleer we naar de luchthaven vertrokken, maakten we een stop aan blauwberg, waar we een prachtig zicht hadden op de Tafelberg.
Om 20u40 namen we de vlucht richting Londen en de volgende dag, op 23 november landden we rond 14u30 in Zaventem.
In 3 weken hebben we met de bus 4745 km (van Johannesbrug tot Kaapstad) afgelegd en overnacht in 12 verschillende hotels. We hebben veel gezien en echt genoten van deze prachtige natuurreis door Zuid-Afrika.
|
|
|
|