Welkom
Klik hier voor het fotoalbum
VEEL GESTELDE VRAGEN - CONTACT - STEUN FEVLADO - LINKS

Fotoalbum

FEVLADO
in je buurt

Lid worden

KALENDER

VERTALEN?

Studenten

Vacatures

Thema Dovencultuur  

Algemene schets

Vlaanderen telt ruim een miljoen doven en slechthorenden. Een zesduizendtal werd vroegtijdig doof en is gebarentaalgebruiker.

Dovencultuur - waar heeft men het over?

Gebarentaalgebruikers kijken er al lang niet meer van op, maar mensen die niet vertrouwd zijn met de dovenwereld, stellen zich wel eens vragen bij dit begrip. Doven kunnen immers gewoon niet horen, toch?

Wat betekent dovencultuur?

Net zoals de Turkse of Marokkaanse minderheden in Vlaanderen prat gaan op de eigenheid van hun gemeenschap, zijn ook Dove gebarentaalgebruikers trots op datgene wat hen bindt : een unieke taal en cultuur. Hoewel Dove mensen dezelfde eet-, kleed- en zweetgewoontes hebben als horende personen, voelen ze zich lid van een culturele en taalkundige minoriteit. Ze delen hetzelfde verleden en koesteren dezelfde tradities.

Waarom hoofdletter D?

Soms wordt er een onderscheid gemaakt tussen Doof en doof, want niet elke persoon met gehoorverlies voelt zich lid van de dovengemeenschap. Doven met hoofdletter D zijn gebarentaalgebruikers die trots zijn op hun Dove identiteit. De kleine d is klinischer van aard en slaat op het verlies aan decibels, een audiologische invalshoek dus. Niet iedereen die kampt met gehoorverlies gebruikt gebarentaal of vertoeft in dovenclubs.

Heel wat dove/slechthorende/doofgeworden mensen communiceren oraal en behelpen zich met liplezen. Zij voelen zich meestal beter thuis in de horende wereld.

Met andere woorden : alle Doven zijn doof, maar niet alle doven zijn Doof.

Wat zijn de kenmerken?

Hoewel er de laatste jaren – vooral in het buitenland - al heel wat wetenschappelijk onderzoek werd verricht naar dovencultuur, blijven heel wat definities wollig en vaag. In elk geval is de term momenteel een hot item in en rond de dovenwereld.

Wij sommen enkele pijlers op :

Gebarentaal

Gebarentaal is de ruggengraat van dovencultuur. Deze visuele taal werd niet uit de grond gestampt door een sociaalvoelende horende, gebarentaal ontstond op een natuurlijke manier daar waar dove samentroepten. Het ontstaan ervan hangt nauw samen met de opkomst van de dovenscholen eind 19 de, begin 20 ste eeuw. Net zoals er wereldwijd verschillende gebarentalen bestaan (cf. Franse en Nederlandse Gebarentaal), zijn op kleinere schaal streekvarianten te onderscheiden.

Zo telt Vlaanderen een handvol gebarentaaldialecten : de Antwerpenaren hanteren bijvoorbeeld een andere variant dan de doven uit het Gentse. Hebben Brabantse doven dan geen flauw idee waar hun West-Vlaamse collega ’s het over hebben tijdens een conversatie? Tuurlijk wel, doven uit verschillende streken kunnen elkaar perfect verstaan. Dit geldt overigens ook voor hun buitenlandse vrienden.

Met wat goede wil en een accent op meer iconische (vormnabootsende) gebaren, keuvelen een dove Griek en een dove Amerikaan zo een eind weg.

Een gedeeld verleden

Heel wat Doven verbleven als kind en puber dag en nacht in een doveninstituut. Ze leerden gebarentaal van de oudere rolmodellen op school of van leeftijdsgenootjes wier ouders doof waren. Vooral : ze smeedden er banden voor het leven.

Aangezien slechts 5 à 10% van de dove kinderen zelf uit een doof nest stamt, wordt gebarentaal doorgaans niet doorgegeven van ouder op kind. Een van de vragen die bij een eerste ontmoeting meteen worden afgevuurd, peilt naar het schoolverleden. ‘Antwerpen’, ‘Brugge’ en ‘Hasselt’ zijn niet zomaar plaatsnamen in de dovenwereld, het zijn begrippen die een stempel drukten op elk individu die er school liep.

Ontmoetingen in dovenclubs

Waarin doven de kans hebben om vrijuit te communiceren in hun moedertaal. Oud-leerlingen van dovenscholen blijven elkaar in de vrije uurtjes opzoeken tijdens bijeenkomsten in de dovenverenigingen, hoewel die kampen met een teruglopend ledenaantal.

Een en ander is ondermeer te wijten aan de huidige ICT-mogelijkheden (chat, internet, sms…), dove mensen hoeven elkaar niet meer live op te zoeken om het isolement te doorbreken.

Een schare aan eigen normen en gewoontes

  • Van doven wordt wel eens beweerd dat ze frank en direct zijn. In elk geval deinst men er niet voor terug om al eens een vraag te stellen die horende mensen bij een eerste ontmoeting als indiscreet zouden ervaren.
  • Doven laten zich al trillend en flitsend wekken en verwittigen : wekker, deurbel, fax en overstromingsmelders kan je niet horen, maar zien of voelen via een flitslamp of trilsysteem.
  • Iemand roepen van op afstand gebeurt al zwaaiend of flitsend (respectievelijk met de armen en de lampen van het lokaal), de aandacht trekken van een nabije gesprekspartner gebeurt door kort de arm of schouder aan te raken.
  • Doven kennen elkaar een naamgebaar toe, gebaseerd op fysieke, karakteriele of andere kenmerken van die persoon
  • Een ijzersterke Dove band : dove gebarentaalgebruikers voelen zich vaak veel meer thuis bij hun binnen- en buitenlandse dove vrienden dan bij hun naaste verwanten, net omdat er geen taalbarrière is. De Dove solidariteit is legendarisch.
  • Een voorliefde voor eetfestijnen, manifestaties en bijeenkomsten waarin tot de vroege uurtjes kan gekeuveld worden
  • Een goed uitgebouwd informeel informatienetwerk, iets wat kortweg ‘roddelcircuit’ heet. Net omdat het zo ’n kleine maar hechte gemeenschap is, slaag je er als individu zelden in anoniem door het leven te gaan.
  • Een eigen kunstbeleving. Of dove mensen al dan niet anders naar kunst kijken of andere accenten dan horenden in hun werk leggen, staat hier en daar ter discussie. Sommigen integreren aspecten van hun ‘niet-horen’ in hun creaties, anderen houden zich er ver van.
    In elk geval telt Vlaanderen een handvol amateurtoneelgroepen die theater brengen in gebarentaal, kent de Nederlandstalige poëzie een equivalent in Vlaamse Gebarentaal, maken – voornamelijk in het buitenland – Dove cineasten furore en zijn ook de plastische kunsten lang geen onbekend terrein. Meer info over Dove kunstenaars vind je op www.ogenblik.be of via de websites van de dovenmaatschappijen.