Welkom
Klik hier voor het fotoalbum
VEEL GESTELDE VRAGEN - CONTACT - STEUN FEVLADO - LINKS

Fotoalbum

FEVLADO
in je buurt

Lid worden

KALENDER

VERTALEN?

Studenten

Vacatures

Ondertiteling: Interview met de VRT  

terug naar het overzicht

Er is al heel veel geschreven, gebaard en gepraat over wat de werkgroep SOAP-TV als resultaat behaalde bij de VRT. Vooral de reacties van de dovenorganisaties en de dovengemeenschap zijn gekend, maar hoe zit het met de VRT zelf? Hoe voelen zij zich bij de vooropgestelde 50% ondertiteling die ze in 2006 moeten halen?

Wij vonden op de VRT drie medewerkers die op deze vragen wilden antwoorden. Erik De Groef is hoofd programmabewerking van de VRT, Bernard Dewulf is de eindverantwoordelijke van de teletekst – ondertitelredactie en Giedo Ameele is titelredacteur. Deze mensen zijn de dagdagelijkse verantwoordelijken voor de ondertitels die wij op onze TV zien verschijnen en zij gunnen ons een kijk achter de schermen.

 

Na de vergadering in februari tussen de dovenorganisaties en de VRT, liet de VRT weten dat zij via een stappenplan in 2006 50% van de Nederlandstalige programma’s zal ondertitelen. Fevlado is tevreden over dit resultaat. Is de VRT hierover ook tevreden?

De Groef: Uiteraard. Elk jaar organiseren we een overlegdag met Fevlado en de andere organisaties en elk jaar merken wij dat het noodzakelijk is om meer programma’s te ondertitelen. De titelredactie die verantwoordelijk is voor de ondertitels wil niks liever. Jammer genoeg werd er hiervoor vroeger geen geld vrij gemaakt.

Het feit dat de dove en slechthorende mensen ons vragen om meer programma’s te ondertitelen, betekent dat zij ons werk waarderen. Mochten wij ons werk niet goed doen, dan zou die vraag er niet zijn.

 

Het lobbywerk van Fevlado om meer ondertiteling te krijgen is al jaren bezig. Vroeger was er geen open communicatie met de VRT. Dit jaar werden we uitgenodigd tot een gesprek en kwamen we tot een akkoord. Hoe verklaart u dit?

Dewulf: Ik denk dat het een samenloop van omstandigheden is. Het heeft te maken met de manier waarop Fevlado het aangepakt heeft. Vroeger zagen wij dat er bij de dovenorganisaties onderling nog veel discussie was. Dit was nu niet meer het geval. Ook de steun van het Vlaams Parlement en van de minister van Media was belangrijk. Maar vooral de manier waarop Fevlado de VRT benaderd heeft. Er was geen agressie, maar een open houding waardoor er echt een samenwerking kon ontstaan.

 

Als de VRT in 2006 die 50% ondertiteling wil halen, zullen er een paar dingen moeten gebeuren. Welke veranderingen zullen er komen?

De Groef: Er zullen zeker nieuwe personeelsleden komen. Eén van hen zal niet zo zeer de ondertiteling maken, maar zal eerder het werk plannen. Nu is dat ook een deel van het werk van de personeelsleden van de redactie. Dat zal in de toekomst niet meer mogelijk zijn. Daarnaast krijgt de titelredactie ook nieuwe apparatuur en nieuwe software. Met die nieuwe software onstaan er ook nieuwe mogelijkheden. Wat de resultaten concreet zullen zijn, is moeilijk te voorspellen, maar wij staan heel positief tegenover de toekomst.

 

Na de verkiezingen van 13 juni zal Fevlado opnieuw lobbyen voor 100% ondertiteling op de VRT. Hoe staat u daar tegenover?

Dewulf: Wij weten dat de dovengemeenschap die 100% wil en wij begrijpen die eis. Toch is dit niet vanzelfsprekend. Er zijn een aantal programma’s die momenteel gewoon niet ondertitelbaar zijn omdat de technologie nog niet ver genoeg staat. Jullie vragen 100% ondertiteling, maar wat als het resultaat niet goed genoeg is? Zelf willen wij kwalitatief goede ondertiteling brengen en dit is uit respect voor de slechthorende en dove mensen.

Momenteel werken we met de spraakherkenningtechnologie om rechtstreekse uitzendingen te ondertitelen. Jammer genoeg werkt dat nog niet perfect, maar alles is volop in ontwikkeling. Wij willen eerst weten dat die technologie op alle domeinen echt goed werkt. Op die manier weten wij dat jullie kwaliteitsvolle ondertitels op het scherm krijgen.

 

Waarom is het moeilijk om bepaalde programma’s te ondertitelen?

Dewulf: Ik geef je een voorbeeld. De dovengemeenschap vraagt al zes jaar om het programma Man bijt hond te voorzien van ondertiteling. Dat lukt ons niet omdat dat programma altijd op de dag van uitzending gemaakt wordt. Vijf minuten voordat Man bijt hond op TV komt, brengt een motorrijder de cassette binnen. Dan is er voor ons geen tijd meer om alles te ondertitelen. Maar wij weten dat er in de toekomst wel mogelijkheden zullen zijn. Vandaar dat we ook heel blij zijn dat er een stappenplan opgemaakt is om die 50% te behalen. Op die manier is het voor ons haalbaar om meer programma’s te ondertitelen zonder dat de kwaliteit verloren gaat. De laatste jaren hebben we al veel goede resultaten gehaald met het ondertitelen van rechtstreekse uitzendingen. Dat is dankzij de spraakherkenningtechnologie. Als die technologie nog meer op punt zal staan, zullen we nog meer kunnen.

 

Jaarlijks is er bij de VRT een overlegdag met de dovenorganisaties en dit wordt georganiseerd door de titelredactie. Fevlado en de andere organisaties waarderen dit en vinden zo een dag ook nuttig. Is het voor de titelredactie ook nuttig?

Ameele: Het is voor ons heel belangrijk om dat contact te houden. Dat is ook de reden waarom je ons elk jaar op Werelddovendag kan vinden. Op zo een moment krijgen wij de kans om te tonen hoe wij te werk gaan en wat de nieuwe ontwikkelingen zijn. Zo gebruikten we de overlegvergadering ook om de nieuwe website en het forum voor te stellen. Maar tegelijkertijd kunnen de doven zelf ons ook vertellen wat zij verwachten van ons. Die communicatie is belangrijk.

Dewulf: Op zo’n dag kan men ook de andere kant van de ondertiteling een zien. Soms gebeurt het dat er geen ondertitels verschijnen op je TV. Misschien denkt men dan dat we even koffie gaan drinken zijn, maar dat is niet zo. De computer kan uitvallen, er kan een storing zijn. Uiteindelijk moet men beseffen dat wij ook maar met instrumenten werken, die ons in de steek kunnen laten.

De Groef: Via een onderzoek van de VRT studiedienst vragen wij ook aan de dovengemeenschap welke programma’s zij graag ondertiteld willen. Heel binnenkort zal er opnieuw zo een studie uitgevoerd worden. Met de resultaten wordt dan rekening gehouden op de redactie.

Dewulf: Dit betekent dat wij het onszelf niet gemakkelijk maken. Stel je voor dat wij vanaf nu alle natuurdocumentaires op zondagochtend zouden gaan ondertitelen. Dan hebben we heel vlug een hoger percentage ondertitelde programma’s, maar dat zijn niet de programma’s die het publiek interesseren. Wij willen dat de dove en slechthorende gemeenschap het recht heeft op dezelfde informatie als de horende wereld. Als wij merken dat een programma veel kijkcijfers heeft, zullen we ons best doen om ook dat programma te ondertitelen. Dat is normaal want dat betekent dat het een programma is dat leeft bij de mensen.

 

Twee jaar geleden kwam er vanuit de titelredactie van de VRT kritiek op de dovenorganisaties. De redactie vond dat er te weinig lobbywerk verricht werd om meer ondertitels te krijgen. Vindt u dat nog steeds?

Dewulf: Nee dat vind ik nu zeker niet meer. De manier waarop het lobbywerk nu verloopt, is echt positief. Daar kunnen we geen kritiek meer op hebben, maar vroeger hadden we wel redenen tot kritiek. Wij zagen dat er tussen de dovenorgansiaties zelf onenigheid bestond, vooral dan tussen diegenen die meer oraal ingesteld zijn en de gebarentaalgebruikers. Het is belangrijk dat je eerst intern beslist waarvoor je gaat lobbyen en dat je dan pas je eisen stelt. En nu voelen wij ook dat jullie sterker staan en het resultaat is dan ook heel positief.

Op 25 februari was er in een Brussel een Europese conferentie over hoe men informatie meer toegankelijk kan maken voor dove en slechthorende personen. Eén van de onderwerpen was ondertiteling. Tijdens de discussie werd er gezegd dat Europa beter één standaard zou ontwikkelen om programma’s te ondertitelen. Zijn jullie het hiermee eens?

Ameele: We werken nu min of meer al met een standaard, waardoor we programma’s kunnen uitwisselen met Nederland.

Dewulf: Ik denk dat het niet haalbaar is. Iedereen heeft een eigen systeem en dat gaat dan niet enkel over de apparatuur of de software. Ook de stijl van ondertiteling is verschillend van land tot land. Om geld uit te sparen zouden we wel ondertitelde programma’s met Nederland kunnen uitwisselen. Ik denk bijvoorbeeld aan de begrafenis van Prinses Juliana of een wielerwedstrijd. Maar dit kan niet omdat de stijl zo verschillend is. De VRT kiest ervoor om de commentaar van de Vlaamse journalist te ondertitelen en niet die van de Nederlandse. De stijl is anders, de grapjes zijn anders en de cultuur ook.

Wat wel haalbaar is en volgens mij ook noodzakelijk, is dat men in alle lidstaten van de Europese Unie de pagina 888 zou moeten gebruiken. Nu is dit niet het geval en dat is heel verwarrend vooral voor dove en slechthorende mensen die graag en veel reizen.

 

Sinds de zomer van 2003 ondertitelen de regionale zenders WTV en Focus ook het nieuws. Wij vernamen dat hun apparatuur dezelfde is als bij de BBC en dat de kwaliteit van de ondertiteling hoog ligt. Bent u hiervan op de hoogte?

Dewulf: Aangezien ik een Gentenaar ben, kan ik de West-Vlaamse zenders niet ontvangen. Ik wil dit wel eens controleren. Toch heb ik een kleine opmerking. Op die zenders ondertitelen ze momenteel enkel het avondjournaal, waarvoor de redactie een hele dag de tijd heeft. Hier op de VRT ondertitelen wij veel meer programma’s. Daarbij komt nog dat ons journaal heel vaak tijdens de uitzending zelf nog verandert. Een bepaald interview wordt vervangen, of wordt wat langer. Er komt dus veel op het moment zelf bij kijken. Op onze redactie zijn er dan ook vier mensen bezig met de ondertiteling van het nieuws. Op WTV en Focus is dit niet het geval. Het journaal wordt daar een paar uur op voorhand afgeleverd en er verandert niks meer. Ik denk dat dat vooral de oorzaak van de hoge kwaliteit is.

 

Op de VRT werkt de redactie zowel op het gebied van Teletekst als Ondertiteling. Beide bestaan al een tijdje. Merkt u een groot verschil tussen vroeger en nu?

Ameele: Ik heb eigenlijk de redactie hier op gestart en we zijn heel amateuristisch begonnen. Van 1984 tot 1988 was het echt werken met experimenten. Ik herinner me dat de technische dienst van de VRT zelf een computer in elkaar knutselde. Dat is niet meer te vergelijken met hoe het er nu aan toe gaat. Ook de mentaliteit binnen de redactie moest veranderen, er werd meer professionaliteit van ons gevraagd. Doordat de druk van de dovengemeenschap ook groter werd, was het noodzakelijk dat er enkele dingen aangepast werden. Er kwamen meer personeelsleden en nieuwe apparatuur. Als we nu nog een ondertiteld programma bekijken uit die beginperiode dan is het bijna niet te geloven wat voor een evolutie we doorgemaakt hebben.

 

En hoe zit het met de stress? Is die ook toegenomen?

Ameele : Net omdat wij heel bescheiden begonnen zijn, met weinig personeel en beperkte apparatuur, is het enthousiasme van onze groep heel groot. Dankzij de nieuwere software neemt die stress wel af.

Dewulf: Wij zijn nog steeds een heel klein team. Dit betekent dat als een personeelslid zich ziek meldt, het team in de problemen komt. Soms gebeurt het dat een medewerker dan toch komt werken terwijl die echt wel ziek is. Dit is geen gezonde situatie. Vandaar dat wij heel blij zijn dat ons team zal uitgebreid worden, hierdoor krijgt iedereen wat meer ademruimte.

We kunnen dus besluiten dat zowel de VRT als de dovengemeenschap heel tevreden is over de samenwerking en het behaalde resultaat. Uit naam van Fevlado en de Vlaamse dovengemeenschap wil ik u dan ook bedanken voor de inspanningen en het interview.